Jan van den Noort, Licht op het GEB
info
vorige volgende
Een stoet lantaarnopstekers zorgde ervoor dat de olielampen gevuld en ontstoken werden. Jaarlijks wensten zij stad en bestuur gelukkig nieuwjaar. Naar de geest van de tijd werd de nieuwjaarswens van 1801 voorafgegaan door de leuze 'gelijkheid, vrijheid, broederschap': 'Door ons, die als de nacht, ontbloot van glans en luister, Het Halverond omkleed met naar en aaklig duister, Het nutt' Lantaarenlicht doen branden 't zyner tyd, Door ons word wéêr aan U een' Zegenzang gewijd, Daar 't oude Jaar verdween en 't Nieuwe word ontslooten, Ontvang dan Achtbren Raad! en verdre Stadgenooten Van 't volkrijk Rotterdam, ontvang, Deugdrijken Stoet! Dus d'ongeveinsden wensch van ons opregt gemoed.' (Heilwensch van de lantaarnaanstekers, 1801, GAR, Bibliotheek.)
Nieuwjaarswens lantaarnaanstekers 1801 (olie)