| Door de aanleg van de Nieuwe Waterweg werd de vaarroute van Rotterdam naar zee met vele kilometers bekort. Maar het zoute zeewater was ineens ook veel dichterbij. Door baggeren werd de Waterweg voorbereid op de ontvangst van alsmaar grotere schepen. Maar die gastvrijheid gold ook de zee. Het zoete water werd door een zoute zeetong steeds verder landinwaarts gedrongen. Maassluis moest zoet water aanvoeren met een schip. Het Hoogheemraadschap van Delfland zag zich genoodzaakt voor zoet water bij de buren Schieland en Rijnland aan te kloppen en Vlaardingen deed een beroep op Rotterdam. (Joop Reijngoud 1999) |
|